2 Appels
Bladerdeeg; vel, kant-en-klaar, liefst vierkant; 1 vel
Amandelpoeder, 2 el
Kaneelpoeder; naar smaak
Vanillesuiker, 1 el
Calvados, Optioneel, 1 scheutje
Rozijnen, 2 el
Vanillestokje, 1
Eieren, 2
Vanille-ijs
Schil de appelen, snij ze in kwartjes en verwijder het taaie klokhuis. Snij de vruchten nu in grove stukken.
Schaaf wat amandelschilfers in de pan.
Smelt boter en meng deze met broodkruim, suiker en amandelpoeder. Kruis met kaneel en (vanille)suiker.
Neem van het vuur en meng met de stukken appel en rozijnen.
Voeg een scheut calvados toe en meng tot een vaste, voldoende droge, massa.
Laat het mengsel even afkoelen.
Leg het vel bladerdeeg op een vel bakpapier of een bakmatje van siliconen, op de ovenschaal.
Breek de eieren en hou de dooiers apart. Voeg er een heel klein beetje water aan toe en klop de ‘dorure’ los met een vork. Het eiwit gebruiken we niet.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Schep de appelvulling in het midden van het vel deeg, gelijk verdeeld over de hele lengte van de lap.
Smeer het deeg rondom de vulling in met het losgeklopte eigeel. Gebruik hiervoor een borsteltje of een breed penseel.
Om de strudel dicht te vouwen, passen we een mooi bakkerstrucje toe. Snij de brede randen van het deeg in, in een visgraatmotief. Maak een snee om de 2 à 3 centimeter. Vlecht nu de flapjes over de vulling heen met beurtelings een flapje links en een flap rechts.
Strijk nu opnieuw het losgeklopte eigeel (dorure) over de appelstrudel.
Plaats het gebak in de oven en bak de strudel gedurende 30 à 40 minuten. Tip: Controleer regelmatig. De baktijd is afhankelijk van het type oven.
Serveer het gebak warm of koud. Een dikke snee van de warme strudel smaakt heerlijk bij een bolletje vers vanilleijs.