2 kipfilets
4 bladerdeegkorfjes
300 g gehakt
paneermeel
250 g champignons
boter
bloem
kippenbouillon
citroen
peterselie
peper, zout, nootmuskaat
Bak de kipfilets aan en gaar ze verder.
Meng het gehakt, samen met een ei en het paneermeel. Kruid met wat peper van de molen en zout. Rol het vleesmengsel tot identieke kleine balletjes van ongeveer een centimeter diameter.
Breng een deel van de (gezeefde) kippenbouillon aan de kook. Laat de balletjes daarin enkele minuten garen op een matig vuur.
Snij de paddenstoelen in kwartjes. Smelt een klont boter in een pan en bak de stukjes paddenstoel. Voeg pas tijdens het bakken een geplet teentje knoflook toe zodat de look niet kan verbranden. Voeg een beetje peper en zout toe. Laat de champignons kleuren en zet ze opzij.
Snij of scheur de kipfilets in stukken. Beslis hoe je de kip wil serveren: in eerder grote stukken, hapklare brokken of extra fijn. Zet het vlees even opzij.
Start de bereiding van de saus met een roux. Smelt de boter in een kookpot en voeg de bloem eraan toe. Laat het bloemmengsel al roerend “opdrogen”, maar let erop dat de roux niet aanbakt.
Zodra je een lichte biscuitgeur ruikt, schenk je een deel van de gezeefde kippenbouillon in de pot. Blijf geduldig doorroeren met een garde om klontertjes te vermijden.
Schenk er af en toe wat bouillon bij, en wacht tot de saus bubbelt. Ga door tot je een gebonden, maar tegelijk voldoende vloeibare saus krijgt.
Voeg de gebakken paddenstoelen, de stukjes kip en de gehaktballetjes toe aan de saus. Druppel wat vers citroensap in het mengsel en kruid de vol au vent naar smaak met wat peper, zout en versgeraspte nootmuskaat. Roer, proef en voeg naar smaak een extra beetje madeirawijn.
Warm de bladerdeegkorfjes wat op in een oven. Zet de bladerdeegkorfjes op de borden en vul ruim met de vol-au-vent. Garneer met peterselie.
Bak frietjes en serveer met wat sla.